Mijn vader en ik keken elkaar eens
aan, mijn vader was een man van weinig woorden. Hij pakte zijn hout
snijwerk en ik ging naast hem zitten met de mijne. Langzaam maar
zeker leerde hij mij de moeilijke vormen die ik later zou kunnen
gebruiken wanneer ik zelf meubels ging maken. Helaas vond ik het een
vervelend werkje. En naar een kwartier vroeg ik hem of hij met mij
wilde oefenen met de slinger. Vader zuchtte, en bromde in zijn baard
; “Jij zult nooit een goede timmerman worden.”

“Nee, ik word soldaat en dan ga ik
die Romeinen verjagen. Wanneer ik net zo goed leer omgaan met de slinger dan David. Dan lukt dat vast. Hij versloeg immers Goliath met
één enkele steen.”

Jozef schudde slechts zijn hoofd, toch
hielp hij mij met de slinger. Hij legde me uit hoe ik moest draaien
en op welk punt ik de steen moest laten gaan. De rest van de tijd
was ik druk aan het oefenen terwijl vader weer met zijn houtsnijwerk
bezig ging. De uren verstreken het begon al donker te worden. En nog
steeds was er geen geluid van het gehuil van een baby. Ik zag dat
vader wat onrustig werd. Zou het wel goed gaan? Met Maria en het
kind. Jozef begon zenuwachtig heen en weer te lopen.

In de verte klonk het geluid van
gefluit, een groepje schaapherders kwamen hier voor de nacht en
hoopten hier in de grotten te kunnen schuilen. Ik rende ze tegemoet,
en opdat moment werd de stilte verstoord door een zacht gehuil in het
donker. Ik draaide me om en rende richting de grot, even later kwam
vader naar buiten in zijn armen droeg hij een klein bundeltje. Hij
riep blij ; “Bij Jahwe we hebben een zoon gekregen! Kom kijken, kom
je broertje Jezus begroeten.”

ik kwam rustig dichterbij en keek naar
het kleine wezentje, het was net of hij licht uitstraalde, er was
iets bijzonder met dit kind, al wist ik opdat moment niet wat. Hij
was zo teer, zo kwetsbaar, en ik beloofde mezelf dat dit kleine
broertje niets ergs zou overkomen. Ik zou over hem waken. De
schaapherders waren inmiddels bij ons, één van hen bood ons een lam
aan als geschenk voor de geboorte van een zoon. Later zouden hier
over de wildste verhalen rond gaan. (Dat schaapherders gewekt werden
door engelen, en dat er drie wijzen uit het oosten kwamen met
geschenken, voor dit bijzondere kind. Allemaal mooie verhalen die
nergens op gebaseerd waren. De grootste leugen nog wel dat Jezus
geboren zou zijn uit een maagd, nou ik kan je verzekeren dat Maria
alles behalve een maagd was. En dat hij de enige zoon van God was.
Onzin Jozef was net zo goed zijn vader dan die van mij. Trouwens we
zijn allemaal kinderen van God, geen enkele uitgezonderd.)

Jezus werd weer bij Maria in haar armen
gelegd en van af een afstandje bewonderde ik hun. Vader dode intussen
het lam en even later hing het dier aan een spit. De herders kwam
gezellig bij ons zitten en een uur later zaten we met zijn allen te
genieten van het heerlijk vlees. Er werd gepraat, gedronken,
gelachen. Voldaan zocht ik een poosje later een plekje op om te slapen.
De volgende ochtend ging mijn vader op pad om zich te melden voor de
volkstelling, en hij hoopte nog wat brood te kunnen kopen voor de
terug reis.

Shasja

Einde deel 2 wordt vervolgd.